Terug naar gewoon zicht.

Spring naar Inhoud

Informatie zoeken?
Software zoeken?
Grote letters Kleine letters Accessmode

Meetinstrument toegankelijke software

1. Voor alle muishandelingen is er een toetsenbordalternatief

De meeste leerlingen met een visuele handicap kunnen de muispijl niet zien. Daarom moet een programma volledig te bedienen zijn met het toetsenbord. Microsoft heeft een lijst opgesteld met toetsen en toetscombinaties voor de bediening van Windows-software. Programmeurs van hulpmiddelensoftware hebben hier rekening mee gehouden, waardoor hulpmiddelen software nooit conflicteert met de Windows standaard toetsen. Omdat vrijwel alle visueel gehandicapte leerlingen met Windows en Windows-programmatuur werken, zijn zij bekend met de sneltoetsen die Microsoft hanteert.

Hoe?

Sneltoetsen

Zorg er voor dat de meest gebruikte functies van het programma met sneltoetsen uit te voeren zijn. Dit maakt het programma gebruikersvriendelijker, ook voor niet visueel gehandicapten. Als er veel toetsenbordhandelingen nodig zijn om een bepaalde actie uit te voeren is het programma voor een blinde of zeer slechtziende gebruiker erg lastig te bedienen. Verzin voor functies die standaard zijn voor ieder programma (zoals printen, opslaan) geen eigen sneltoetscombinatie, maar gebruik Microsoft standaarden (zie tabel hieronder). Dan weet u zeker dat de gekozen toetscombinatie niet conflicteert met een hulpmiddel.

Tabel: Toetsenbordbediening volgens Microsoft richtlijnen

Bedieningselementen
Navigeren langs bedieningselementenTAB
In omgekeerde volgorde navigeren langs bedieningselementenShift + TAB
Knop activerenEnter
vervolgkeuzelijst openklappen Alt + pijltje omlaag
Item in vervolgkeuzelijst selecterenPijltjes omhoog en omlaag
Item in vervolgkeuzelijst activerenEnter
Keuzerondje selecterenPijltjestoetsen
Selectievakje aankruisenSpatiebalk
Schuifregelaar bedienenPijltjestoetsen
Menu’s
Focus binnen een menu verplaatsenPijltjestoetsen
Menu item activerenEnter
Naar vorig menuEsc
Menu verlatenEsc
Frames
Naar volgend frameF6
Naar vorig frameShift + F6

Toegangstoetsen

Zorg voor toegangstoetsen in uitgebreide menu's en dialoogvensters .
Met behulp van toegangstoetsen kan de gebruiker sneller door menu’s en dialoogvensters navigeren. Toegangstoetsen zijn te herkennen aan de onderstreepte letters. In menu’s druk je alleen de onderstreepte letter in, in dialoogvenster Alt + de onderstreepte letter.

Checklist

1.1 Het programma is volledig te bedienen conform de Microsoft standaard
 jameestalsomsnee n.v.t
Naar menubalk met Alt




Toegangstoetsen in menu's




Toegangstoetsen in menu-opties




Toegangstoetsen in dialoogvensters




Menu activeren met Enter




Terug naar voorgaand menu of programmavenster met Escape




Focus vooruit verplaatsen met Tab




Focus achteruit verplaatsen met Shift + Tab




Tabvolgorde is logisch (van links naar rechts en van boven naar beneden)




Knop activeren met Enter




Vervolgkeuzelijst openklappen met Alt + pijltje omlaag




Item in vervolgkeuzelijst selecteren met pijltjes omhoog en omlaag




Item in vervolgkeuzelijst activeren met Enter




Vervolgkeuzelijst dichtklappen met Escape




Keuzerondje selecteren met pijltjestoetsen




Selectievakje "aankruisen" met spatiebalk




Schuifregelaars bedienen met pijltjestoetsen




Naar volgend frame met F6




Naar vorig frame met Shift + F6




Snelmenu's moeten op te roepen zijn door het focus op een item te zetten en de snelmenutoets op het toetsenbord in te drukken




De muisfunctie drag en drop, moet ook uit te voeren zijn met knippen en plakken via het toetsenbord.




1.2 Het programma bevat sneltoetsen en toegangstoetsen
 jameestalsomsnee n.v.t
document openen met Ctrl + o




programma sluiten met Alt + F4




opslaan met Ctrl + s




afdrukken met Ctrl + p




nieuw document maken met Ctrl + n




inhoud kopiëren met Ctrl + c




inhoud van het klembord plakken met Ctrl + v




inhoud knippen met Ctrl + x




wisselen tussen applicaties met Alt + Tab




Zoeken met Ctrl + f




Zoeken en vervangen met Ctrl + h




Help met F1




Selecteren met Shift en pijltjestoetsen




1.3 Eventueel bevat het programma speciale mogelijkheden voor visueel (verstandelijk) gehandicapten
 jameestalsomsnee n.v.t
Er is een toets aanwezig voor een toegankelijke versie voor blinden en slechtzienden




1 knopsbediening toetsenbord




2 knopsbediening toetsenbord




programma is zonder toetsenbord te bedienen




touchscreen




2. Kleurgebruik en contrast zijn effectief

Achtergrond en voorgrond of details in afbeeldingen kunnen op twee manieren contrasteren: door verschil in kleur en door verschil in helderheid. Voor kleurenblinden en de meeste slechtzienden is een hoog helderheidscontrast van groot belang om een afbeelding of tekst te kunnen waarnemen.

Hoe?

Gebruik voor afbeeldingen en tekst altijd kleuren die verschillen in helderheid. Neem donkere kleuren voor de voorgrond en lichte kleuren voor de achtergrond of andersom. Kies daarnaast kleuren die ten opzichte van elkaar een hoog kleurcontrast vormen.

zet donkere tegenover lichte kleurenafbeelding 2.1
Kies donkere kleuren onderuit de cirkel tegenover lichte kleuren van de bovenkant van de cirkel.
Bron: www.lighthouse.org

niet effectieve kleurenafbeelding 2.2
Voorkom kleurcombinaties uit naast elkaar liggende delen van de cirkel. Vooral als de kleuren niet een hoog
helderheidscontrast hebben.
Bron: www.lighthouse.org

Indien u twijfelt of u de juiste kleurcontrasten en helderheidscontrasten hebt gekozen kunt u een schermafdruk in grijswaarden laten weergeven of afdrukken.

Checklist


1.1 Het programma is volledig te bedienen conform de Microsoft standaardjameestalsomsnee n.v.t
Naar menubalk met Alt




Toegangstoetsen in menu's




Toegangstoetsen in menu-opties




Toegangstoetsen in dialoogvensters




Menu activeren met Enter




Terug naar voorgaand menu of programmavenster met Escape




Focus vooruit verplaatsen met Tab




Focus achteruit verplaatsen met Shift + Tab




Tabvolgorde is logisch (van links naar rechts en van boven naar beneden)




Knop activeren met Enter




Vervolgkeuzelijst openklappen met Alt + pijltje omlaag




Item in vervolgkeuzelijst selecteren met pijltjes omhoog en omlaag




Item in vervolgkeuzelijst activeren met Enter




Vervolgkeuzelijst dichtklappen met Escape




Keuzerondje selecteren met pijltjestoetsen




Selectievakje "aankruisen" met spatiebalk




Schuifregelaars bedienen met pijltjestoetsen




Naar volgend frame met F6




Naar vorig frame met Shift + F6




Snelmenu's moeten op te roepen zijn door het focus op een item te zetten en de snelmenutoets op het toetsenbord in te drukken




De muisfunctie drag en drop, moet ook uit te voeren zijn met knippen en plakken via het toetsenbord.




1.2 Het programma bevat sneltoetsen en toegangstoetsenjameestalsomsnee n.v.t
document openen met Ctrl + o




programma sluiten met Alt + F4




opslaan met Ctrl + s




afdrukken met Ctrl + p




nieuw document maken met Ctrl + n




inhoud kopiëren met Ctrl + c




inhoud van het klembord plakken met Ctrl + v




inhoud knippen met Ctrl + x




wisselen tussen applicaties met Alt + Tab




Zoeken met Ctrl + f




Zoeken en vervangen met Ctrl + h




Help met F1




Selecteren met Shift en pijltjestoetsen




1.3 Eventueel bevat het programma speciale mogelijkheden voor visueel (verstandelijk) gehandicaptenjameestalsomsnee n.v.t
Er is een toets aanwezig voor een toegankelijke versie voor blinden en slechtzienden




1 knopsbediening toetsenbord




2 knopsbediening toetsenbord




programma is zonder toetsenbord te bedienen




touchscreen











3. Muisaanwijzers zijn effectief

Voor slechtzienden is het vinden van de muisaanwijzer vaak een groot probleem. Bediening met het toetsenbord is dan het alternatief. De groep visueel gehandicapten die nog redelijk "goed" ziet (categorie 1), zal altijd (als aanvulling) de muis willen gebruiken. Omdat dit een gewoonte is of omdat bediening met het toetsenbord niet of moeilijk mogelijk is. Het is daarom belangrijk dat de muiscursor zo opvallend mogelijk voor hen is, zodat muisgebruik een minimum aan inspanning kost.

Hoe?

Voor de muisweergave geldt eigenlijk hetzelfde als voor de tekstweergave. Gebruik muiscursoren die een hoog contrast vormen ten opzichte van de achtergrond, zoals bijvoorbeeld Zwart/Wit, Blauw/Geel, Zwart/Geel. Kleurcombinaties die vaak problemen geven voor kleurenblinden zijn: groen/blauw, rood/groen, rood/bruin en wit/lichtgroen. Zie verder richtlijn 2 over kleurgebruik.
Daarnaast moet het duidelijk zijn waar het klikgebied van de cursor zich bevindt. Plaatjes als cursor zijn leuk, maar zijn vaak erg onduidelijk.
De ene slechtziende is de ander niet. Zorg er daarom voor dat er keuze is uit meerdere muisaanwijzers: variabel in kleur en in grootte, en zorg ervoor dat er in ieder geval een pijl beschikbaar is.

Checklist

3.1 Er worden in het programma muisaanwijzers gebruikt, die slechtzienden goed kunnen onderscheiden
 jameestalsomsnee n.v.t.
Duidelijk contrast ten opzichte van de achtergrond




Voldoende groot




3.2 De muisaanwijzers kunnen binnen het programma worden aangepast

janee
In het programma zit een mogelijkheid om de muiscursor naar wens aan te passen

3.3 De muisaanwijzers die in het configuratiescherm kunnen worden ingesteld, blijven gehandhaafd in het programma
 janee
De muisaanwijzers die in het configuratiescherm zijn ingesteld worden door het programma overgenomen.


4. Lettertype en lettergrootte zijn effectief

Een duidelijk leesbare tekst is voor iedereen prettig. Een onduidelijk lettertype is erg vermoeiend om te lezen en zal niet bevorderlijk zijn voor de leesbaarheid van het programma. Lezen is vaak al een vermoeiende bezigheid voor slechtzienden, daarom is het erg belangrijk dat de letters voor hen zo duidelijk mogelijk worden weergegeven.

Hoe?

Ook hier is een goed contrast van de tekst ten opzichte van de achtergrond erg belangrijk, zoals bijvoorbeeld Zwart/Wit, Blauw/Geel, Zwart/Geel. Kleurcombinaties die vaak problemen geven voor kleurenblinden zijn: groen/blauw, rood/groen, rood/bruin en wit/lichtgroen. Verdana of tahoma zijn bijvoorbeeld duidelijke lettertypen. Neem een puntsgrootte van tenminste 12. Biedt de gebruiker bij voorkeur de mogelijkheid om zelf de puntsgrootte te bepalen of laat het programma de instellingen van het Windows configuratiescherm overnemen. Laat tussen de tekst voldoende witruimte over, zodat de letters niet aan elkaar lijken te plakken.

Checklist

4.1 De letters in het programma zijn duidelijk
 jameestalsomsnee n.v.t
De tekst is schreefloos




De tekst is voldoende groot




Er is voldoende ruimte tussen regels, woorden en letters




4.2 De letters kunnen binnen het programma naar eigen voorkeur worden ingesteld
  jameestalsomsnee n.v.t
De puntgrootte kan worden ingesteld




Het lettertype kan worden ingesteld




5. Het programma is schermvullend (te maken)

Indien het gehele beeldscherm wordt benut, zal de beeldinformatie groter worden weergegeven dan wanneer slechts een gedeelte zichtbaar is. Dit is uiteraard van belang voor slechtziende gebruikers.
Daarnaast zal een slechtziende die een vergrotingsprogramma gebruikt, maar een deel van het beeldscherm zien. Hoe groter de vergroting, hoe kleiner het gedeelte van het scherm dat zichtbaar is. Als een programma niet geheel schermvullend is, bestaat de mogelijkheid dat een slechtziende naar een deel van het beeldscherm kijkt wat niet bij het programma hoort. Dit kan verwarrende situaties opleveren.

Hoe?

Bijvoorkeur is het programma al van zichzelf schermvullend. Heeft een programma een standaard, die zich niet aanpast aan de resolutie van het beeldscherm dan moet de gebruiker het formaat van het programmavenster kunnen wijzigen.

Checklist

5.1 Het programma is van zichzelf schermvullend

janee
Het programma is bij het opstarten al schermvullend

 

5.2 Het programma is schermvullend te maken d.m.v. een wijziging in de resolutie-instelling.

janee
Het programma kan schermvullend gemaakt worden door de resolutie van het beeldscherm te wijzigen.

6. Grafische informatie wordt auditief of in tekst weergegeven

Blinde en zeer slechtziende leerlingen (categorie 3 en 4) werken met zogenaamde schermuitleesprogramma's. Deze programma's zijn in staat tekstuele informatie om te zetten in spraak of braille. Indien alle (voor het programma relevante) informatie tekstueel is weergegeven, zal deze informatie toegankelijk zijn voor blinde en slechtziende leerlingen.
Een andere mogelijkheid is om zelf de informatie auditief aan te bieden, zodat een leerling niet afhankelijk is van een schermuitleesprogramma. Deze optie heeft niet de voorkeur, omdat de leerling geen gebruik kan maken van braille.

Auditieve weergave van programma-onderdelen is dus niet noodzakelijk, indien alle informatie in correct geprogrammeerde tekst is weergegeven. Auditieve weergave maakt het programma wel een stuk aantrekkelijker voor visueel gehandicapte leerlingen. Een oefening die wordt voorgelezen door een kunstmatige stem klinkt natuurlijk veel saaier dan wanneer deze oefening wordt uitgelegd door een menselijke stem (die opgenomen is).
Leuke geluiden als een oefening goed of fout is, zijn vaak eenvoudige aanpassingen die het programma enorm kunnen opleuken (en niet alleen blinde en slechtziende leerlingen zullen dit waarderen).

Sommige grafische informatie laat zich moeilijk vertalen in tekst. Zoals bijvoorbeeld een grafiek bij het vak wiskunde. In die gevallen kan aanvullende tactiele informatie uitkomst bieden. Bijvoorbeeld een grafiek op zwelpapier of driedimensionale objecten.

Hoe?

Indien de informatie tekstueel wordt weergegeven, dienen de teksten volgens standaarden geprogrammeerd te zijn (zie richtlijnen Microsoft en richtlijn 11 over hulpmiddelen). Wijk bij het programmeren niet af van de standaarden. Geef tekst bijvoorbeeld niet weer als een plaatje. Indien dit toch gewenst is, zorg er dan voor dat het plaatje een label krijgt. Screenreaders beschikken over een gedeelte dat het Of Screen Model (OSM) wordt genoemd. Dit OSM kan de onderliggende informatie traceren en omzetten in spraak of braille. Dus de informatie die niet zichtbaar is op het scherm kan wel worden afgevangen door een schermuitleesprogramma, mits correct geprogrammeerd (zie ook richtlijn 11 over hulpmiddelen).

Checklist

6.1 Visuele informatie wordt ook tekstueel weergegeven

jameestalsomsnee n.v.t
feedback over resultaten is in tekst weergegeven




afbeeldingen zijn voorzien van een onder of bijschrift of label




DuVideobeelden zijn (in een apart venster) omschreven




Waarschuwingen zijn in tekst weergegeven




Alle bedieningselementen voorzien van een label




 

6.2 Visuele informatie wordt ook auditief weergegeven

jameestalsomsnee n.v.t
feedback over resultaten wordt auditief weergegeven




afbeeldingen worden auditief weergegeven




videobeelden worden auditief weergegeven




waarschuwingen worden auditief weergegeven




bedieningselementen worden auditief weergegeven




instructies worden auditief weergegeven




 

6.3 Visuele informatie is voorzien van alt-tags (worden zichtbaar als je er met de muis overheen beweegt)

jameestalsomsnee n.v.t
bedieningselementen zijn voorzien van een label




afbeeldingen zijn voorzien van een label




 

6.4 Er wordt extra materiaal of extra uitleg bijgeleverd voor visueel gehandicapte leerlingen

jameestalsomsnee n.v.t
tekst in aangepaste leesvorm




suggesties voor ervarend leren




tactiele afbeeldingen




driedimensionale modellen




 

7. Lay-out en bediening zijn effectief

Slechtziende en blinde leerlingen hebben een zeer beperkt overzicht over het scherm. Zij kunnen zich hierdoor niet zo eenvoudig op een scherm oriënteren als een ziende dit kan. In een oogopslag een indruk verkrijgen van de bedieningsmogelijkheden van het programma is voor hen onmogelijk. Zij moeten als het ware stapje voor stapje het scherm aftasten. Daardoor is het voor hen nog belangrijker dan voor een ziende computergebruiker, dat alle objecten die bij elkaar horen gegroepeerd zijn. Elke groep moet voorzien zijn van een beschrijvende groepsnaam, zodat de gebruiker eenvoudig kan nagaan wat hij kan verwachten. Belangrijk is, dat de gebruiker altijd weet waar hij zich in het programma bevindt en wat hij op die plek kan doen. De gebruiker moet niet eindeloos hoeven zoeken naar bedieningsmogelijkheden, maar het moet voor hem logisch zijn waar deze zich bevinden. Het moet mogelijk zijn om met de tabtoets langs alle groepen te navigeren.

Hoe?

Gebruik voor elk scherm in het programma een zelfde lay-out. Als bepaalde functies in elk scherm terugkomen, zet ze dan in elk scherm op dezelfde plaats. Label alle bedieningselementen met een logische naam en kies voor dezelfde bedieningselementen altijd dezelfde naam. Zet bedieningselementen die bij elkaar horen naast elkaar op het scherm. Zorg er voor dat bedieningselementen duidelijk te herkennen zijn. Plaatjes zijn leuk, maar zorg er dan voor dat het duidelijk is voor de leerling dat hij er op kan klikken en welke functie er achter verborgen zit. Een kader voorzien van schaduwrand rondom het klikgebied, maakt vaak goed duidelijk dat het om een knop gaat en grenst duidelijk het klikgebied af.

Zorg er tot slot voor dat er bijvoorkeur 1, maar maximaal 2 vensters tegelijk geopend zijn. Bij meer geopende vensters is de kans op verdwalen groot. Dit geldt overigens voor iedere computergebruiker en niet alleen voor leerlingen die moeten werken met een beperkt overzicht.

En vooral: wees Consistent!

Checklist

7.1 In alle schermen wordt een consistente lay-out en bedieningsstrategie gebruikt.

jameestalsomsnee n.v.t
De lay-out en bedieningsstrategie zijn in gehele programma consistent.




7.2 Bedieningselementen (plaatsen waar je met de muis kunt klikken zoals knoppen, links e.d.) hebben een logische naam

jameestalsomsnee n.v.t
De naam (het label) van bedieningselementen is logisch en consistent




7.3 Bedieningselementen (knoppen e.d.) zijn logisch en/of bij elkaar gegroepeerd op het scherm.

jameestalsomsnee n.v.t
Bedieningselementen die bij elkaar horen zijn gegroepeerd op het scherm.




7.4 Bedieningselementen zijn aan hun vorm duidelijk herkenbaar

jameestalsomsnee n.v.t
De functie van bedieningselementen zijn logisch (het is duidelijk welke actie je er mee uit kunt voeren)




8. Er zijn geen tijdsgerelateerde handelingen

Blinde en slechtziende leerlingen hebben voor het uitvoeren van lestaken vaak meer tijd nodig dan hun ziende leeftijdsgenootjes. Het lezen gaat langzamer, omdat ze dit slechter zien of in braille moeten lezen. Bij het uitvoeren van oefeningen op een beeldscherm, hebben leerlingen die vergrotings- of spraak/braille programma's gebruiken nog een extra nadeel. Zij overzien niet het gehele beeldscherm, waardoor zij het beeldscherm als het ware stapje voor stapje moeten aftasten. Het zoeken naar bijvoorbeeld het juiste antwoord uit een rijtje van 10 kost meer tijd.

Hoe?

Indien er in het programma tijdsgerelateerde handelingen voorkomen, moet de tijd die een leerling over het programma mag doen instelbaar zijn in elke gewenste tijdsduur. Deze optie kan eventueel alleen door de leerkracht zijn in te stellen.

Checklist

8.1 De gebruiker kan zelf bepalen hoe lang een bepaald beeld blijft staan
jameestalsomsnee n.v.t
Tekst




Afbeeldingen




Antwoordmogelijkheid




Toelichting

Het lezen van tekst, het bekijken van afbeeldingen en het invullen van antwoorden is niet verbonden aan een bepaalde tijdsduur. De leerling kan zo lang hierover doen, als hij zelf nodig vindt.

8.2 In het programma kan worden ingesteld hoe lang een beeld blijft staan

jameestalsomsnee n.v.t
Tekst




Afbeeldingen




Antwoordmogelijkheid




Toelichting

Als het lezen van tekst, het bekijken van afbeeldingen en het invullen van antwoorden wel is verbonden aan een bepaalde tijdsduur, moet deze tijdsduur instelbaar zijn in het programma. Elke willekeurige tijd moet te kiezen zijn. Het handigst is om ook een optie te maken, waarbij de tijdslimiet kan worden uitgeschakeld en de leerling dus zelf kan bepalen hoe lang hij over een oefening wil doen.

8.3 Het tempo van bewegende beelden is beinvloedbaar
 jameestalsomsnee n.v.t
door de leerling zelf




in het programma in te stellen door de leerkracht




 

8.4 Het tempo van flikkerende beelden is beinvloedbaar
 jameestalsomsnee n.v.t
door de leerling zelf




in het programma in te stellen door de leerkracht




9. Toegankelijkheidsinstellingen in het configuratiescherm blijven gehandhaafd

Slechtziendheid bestaat in vele vormen en gradaties. Wat de ene slechtziende een prettig contrast vindt kan voor de andere onleesbaar zijn. Het kan zijn dat een leerling heel veel licht nodig heeft om te kunnen lezen. Deze leerling zou het liefst een witte achtergrond gebruiken en deze zo fel mogelijk zetten. Een andere leerling heeft juist heel erg veel last van licht en raakt bij de geringste hoeveelheid licht al "verblind". Deze leerling zal juist baat hebben bij een donkere achtergrond. Het is daarom niet mogelijk om voor alle slechtziende eenzelfde kleuren en contrast schema te gebruiken. Het programma moet flexibel zijn; de leerling moet zelf zijn voorkeurs kleuren, contrast, lettertype en muisaanwijzer kunnen bepalen.

Hoe?

Indien het programma niet de mogelijkheid bevat om kleuren, contrasten, lettertype, fond en muisaanwijzers aan te passen, moet dit mogelijk zijn door middel van instellingen in het configuratiescherm van Windows. Het programma moet deze instellingen dan volledig overnemen.
Zie ook de richtlijn 2 over kleurgebruik en contrast, richtlijn 3 over muisaanwijzers en richtlijn 4 over lettertype en lettergrootte.

Checklist

9.1 Instellingen die in het configuratiescherm zijn ingesteld blijven behouden binnen het programma
 ja meestalsomsnee n.v.t
contrast en kleuren van tekst en achtergrond




grootte en kleur van muisaanwijzers




snelheid van de muispijl




plak-, filter- en schakeltoetsen




muistoetsen




geluidsweergaven bij gebeurtenissen




 

10. Toegankelijkheidsinstellingen zijn duidelijk gedocumenteerd

Net als de bediening van het programma, moeten ook de mogelijkheden die er zijn om het programma aan te passen worden gedocumenteerd. Dit wordt nog wel eens vergeten. Wat ook voorkomt is dat aanpassingsmogelijkheden wel worden gedocumenteerd, maar dat deze documentatie ergens verborgen staat in het programma en de gebruiker ze niet eenvoudig kan vinden. Het is daarom belangrijk dat de instructies over de instelmogelijkheden van het programma duidelijk zijn omschreven en op een logische plek staan.

Hoe?

Geef een duidelijke beschrijving van alle instellings- en bedieningsmogelijkheden van het programma die voor (visueel) gehandicapten van belang kunnen zijn. Dit zijn dus de punten die in de richtlijnen 1 t/m 9 genoemd staan. De belangrijkste zijn: toetsenbordgebruik, sneltoetsen, kleurweergave, contrast, lettertype, lettergrootte, muiscursors, schermvullend maken van het programmavenster, gesproken of andere vormen van auditieve feedback en tijdsinstellingen.
Zet de documentatie in een logische plaats in het programma, bijvoorbeeld in een help menu, zodat de gebruiker deze documentatie gemakkelijk kan vinden. De documentatie dient toegankelijk te zijn geschreven voor visueel gehandicapten: in tekstvorm beschikbaar (bijv. html) en een duidelijk lettertype en kleurcontrast (zie richtlijn 2 over kleurgebruik en contrast en richtlijn 4 over lettertype).

Checklist

10. 1 De instellings- en bedieningsmogelijkheden die voor (visueel) gehandicapten van belang zijn, zijn duidelijk gedocumenteerd in het programma.

jameestalsomsnee n.v.t
Bediening programma




Toetsenbordgebruik




Toetscombinaties en sneltoetsen




mogelijkheden voor aanpassing van uiterlijk en weergave (contrasten, lettertypes, kleuren)




Alternatieven voor muishandelingen




Muiscursors




schermvullend maken van het programmavenster




gesproken of andere vormen van auditieve feedback




tijdsinstellingen




10.2 De bij documentatie is toegankelijk voor visueel gehandicapten.

jameestalsomsnee n.v.t
Alle essentiele informatie is in tekstvorm beschikbaar




Goed leesbaar of instelbaar lettertype en contrast




Toelichting

De documentatie dient op een voor visueel gehandicapten toegankelijke manier te zijn vastgelegd. In ieder geval in een tekstvorm die uitgelezen kan worden door schermuitleesprogramma's (tekst met een cursor voldoet altijd, HTML is ook een geschikt alternatief).
De helpteksten van Microsoft programma's zijn bijvoorbeeld op een toegankelijke manier geschreven.

11. Het programma is toegankelijk met hulpmiddelen

Er zijn drie categorieën hulpmiddelen voor visueel gehandicapte computergebruikers:

Hoe deze leerlingen met deze programma's op een PC werken kunt u nalezen op deze website onder het tabblad doelgroep.De overeenkomst tussen deze programma’s is dat ze allemaal de focus van een programma zoeken en deze dan wel vergroten of vertalen naar braille en/of spraak. Voor een goede werking van deze programma’s is het dus van groot belang dat alle objecten binnen het programma de focus kunnen krijgen, dat deze verplaatsbaar is met het toetsenbord en dat de focus zich niet spontaan verplaatst.

Indien de focus door de gebruiker op een bepaald object wordt geplaatst, kan een scherm uitleesprogramma de achterliggende informatie voorlezen: de naam en het doel van het object, en indien van toepassing ook de waarde en de status van het object. Dit kan uiteraard alleen als deze gegevens correct geprogrammeerd zijn.

Hoe?

Programmeer altijd volgens de Microsoft standaarden. Programmeer tekst nooit als plaatje. Ook de tekst op knoppen e.d. niet, omdat vergrotingsprogramma's de letters dan niet kunnen afronden. Label alle objecten en afbeeldingen. Dit label zal worden herkend door een schermuitleesprogramma en worden omgezet in braille en spraak. Het is dus van belang dat dit label een goede omschrijving geeft van het object of de afbeelding. Zorg er voor dat het doel, en indien van toepassing ook de status en waarde van een object beschikbaar is. Al deze informatie wordt door een schermuitleesprogramma herkend en geeft de blinde en zeer slechtziende gebruiker belangrijke informatie over de omgeving waarin hij navigeert. Zorg ervoor dat elk venster een unieke titelbalk heeft. De titelbalk kan worden voorgelezen door shermuitleessoftware. Hieruit kan de blinde of slechtziende leerling altijd zien in welk venster hij zich bevind. Dit is belangrijk voor de oriëntatie in het programma.
Zorg voor een logische tabvolgorde: van links naar rechts en boven naar beneden. De tabvolgorde is de volgorde waarin de blinde en zeer slechtziende leerling het scherm 'aftast'! Een tabvolgorde die kriskras over het scherm gaat is erg verwarrend.
De sneltoetsen die in het programma worden gebruikt mogen niet conflicteren met de sneltoetsen van vergrotings- en schermuitleessoftware. De meest gangbare sneltoetsen van deze hulpprogramma's staan hieronder bij de checklist vermeld.
Alle acties moeten binnen de focus plaats vinden. De focus mag zich zonder tussenkomende actie van de gebruiker niet spontaan verplaatsen (bijvoorbeeld zoals gebeurt met pop-up vensters).
Zorg er tot slot voor dat afbeeldingen zo weinig mogelijk details bevatten en een hoge resolutie hebben, zodat indien de afbeeldingen worden uitvergroot ook nog herkenbaar zijn.

Ga naar de volgende link voor meer gedetailleerde informatie over Windows toegankelijk programmeren richtlijnen van IBM. Op deze site staan ook tools om uw programma te testen op toegankelijkheid.

Checklist

11.1 Het programma is toegankelijk met vergrotings- en schermuitleessoftware

jameestalsomsnee n.v.t
a. Sneltoetsen van het programma conflicteren niet met de sneltoetsen die gebruikt worden in vergrotings- en schermuitleessoftware (zie voor meest gangbare sneltoetsen de lijst hieronder)




Alle objecten en relevante gebieden van het programma kunnen de focus krijgen




De focus verplaatst zich nooit zonder tussenkomst van de gebruiker




De tabvolgorde is logisch: van links naar rechts en van boven naar beneden




Alle tekst kan worden afgerond door een vergrotingsprogramma (smoothfunctie)




Afbeeldingen blijven duidelijk herkenbaar bij vergroting door vergrotingssoftware




Formaat en kleuren van de muiscursor kunnen worden gewijzigd door vergrotingssoftware.




De naam van een object kan worden uitgelezen door schermuitleessoftware




Het doel van een object kan worden uitgelezen door schermuitleessoftware




De status van een object kan worden uitgelezen door schermuitleessoftware




De waarde van een object kan worden uitgelezen door schermuitleessoftware




Het programma bevat een titelbalk dat kan worden uitgelezen door schermuitleessoftware




Toelichting


De naam en het doel van objecten kunnen door een schermuitleesprogramma worden voorgelzen:
In het voorbeeld hieronder is een dialoogvenster afgebeeld met 4 objecten: de knop stoppen, het invoerveld voornaam, het invoerveld achternaam en de knop OK. Deze 4 objecten moeten allemaal voorzien zijn van een logische naam en van een doel. Deze informatie zal een schermuitleesprogramma dan voorlezen. Een blinde gebruiker weet dan precies wat hij moet doen. Bijv. bij het invoerveld Voornaam, weet hij dat hij zijn voornaam kan gaan intypen.
In dit voorbeeld moeten van boven naar beneden de naam en doel van objecten als volgt zijn:

1: naam = stoppen doel = knop
2: naam = voornaam doel = invoerveld
3: naam = achternaam doel = invoerveld
4: naam = OK doel = knop

Voorwaarde hiervoor is wel dat ook alle objecten de focus kunnekrijgen.

Sneltoetsenlijst hulpmiddelen

binnenkort worden deze sneltoetsenlijst voor hulpmiddelen op de site geplaatst.

Meer informatie over toegankelijk programmeren

Microsoft
http://www.microsoft.com/enable/

IBM Accessibility Center
http://www-306.ibm.com/able/

NCAM (National Center for Accessible Media)
http://ncam.wgbh.org/cdrom/guideline/

© Software In Zicht
Utrechtseweg 84, 3702 AD Zeist
info@softwareinzicht.nl
admin Timon Snetselaar